Skip to content Skip to footer

Warszauws Journaal-1

Als stichting namen wij voor de tweede keer deel aan de Human Dimension Conference, georganiseerd door het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten(ODIHR) van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). De conferentie had dit jaar een bijzondere betekenis, omdat zij samenviel met de vijftigste verjaardag van de Slotakte van Helsinki.

Maar wat zijn de OVSE, de Slotakte van Helsinki en de Human Dimension Conference eigenlijk?

De in 1975 ondertekende Slotakte van Helsinki, tot stand gekomen in de gespannen context van de Koude Oorlog, vormt een mijlpaal in het Europese denken over veiligheid, samenwerking en mensenrechten.

De OVSE, met 57 deelnemende staten uit Europa en daarbuiten, is de grootste regionale veiligheidsorganisatie ter wereld. Het in Warschau gevestigde Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten (ODIHR) is de OVSE-instelling die zich richt op democratie, mensenrechten en de rechtsstaat. Elk jaar, in september of oktober, organiseert het ODIHR de grootste mensenrechtenconferentie van de regio, met deelname van vertegenwoordigers van deelnemende staten, internationale organisaties en maatschappelijke organisaties.

Dit jaar, onder het voorzitterschap van Finland, werd de vijftigste verjaardag van de Slotakte herdacht, waarbij opnieuw werd benadrukt dat vertrouwen tussen staten niet uitsluitend kan worden opgebouwd via militaire of politieke maatregelen, maar ook door respect voor mensenrechten en fundamentele vrijheden.

In haar openingsrede benadrukte de Finse minister van Buitenlandse Zaken en fungerend OVSE-voorzitter, Elina Valtonen, dat vertrouwen tussen staten niet enkel door regeringen kan worden gecreëerd, en dat de rol van het maatschappelijk middenveld essentieel is. Zij wees erop dat wij, vijftig jaar later, worden geconfronteerd met nieuwe uitdagingen zoals hybride en cyberdreigingen, terwijl oude bedreigingen nog steeds niet volledig verdwenen zijn. Ook onderstreepte zij dat de recorddeelname van bijna tweeduizend personen dit jaar het blijvende belang van mensenrechten in het OVSE-gebied weerspiegelt.

Tijdens de hoofdsessies van de conferentie kwamen deskundigen aan het woord over uiteenlopende thema’s onder de paraplu van mensenrechten — waaronder internationaal mensenrechtenrecht, democratie en verkiezingen, vrijheid van meningsuiting en media, ende bestrijding van foltering.

Tijdens de nevensessies werd bovendien geluisterd naar de persoonlijke getuigenissen van slachtoffers van mensenrechtenschendingen, zoals ballingsjournalisten en politieke gevangenen. Ook werd aandacht besteed aan de verontrustende afname van democratische waarden in landen als Georgië en Belarus. Uiteraard werd Rusland het vaakst genoemd tijdens de conferentie. De verwoestende gevolgen van de oorlog en het leed van het Oekraïense volk kwamen in bijna elke sessie op verschillende manieren aanbod.

Het was bemoedigend om te zien dat zowel de deelnemende staten als de maatschappelijke organisaties unaniem hun solidariteit met Oekraïne uitspraken. Het spreekt vanzelf dat vertegenwoordigers van de Russische Federatie en Belarus niet aanwezig waren.

Waarom namen wij als stichting deel aan deze conferentie, en wat deden wij daar?
Als een relatief jonge stichting was onze deelname een van onze eerste stappen richting internationale betrokkenheid en netwerkvorming. Wij kozen ervoor ons te concentreren op een van de meest zorgwekkende mensenrechtenthema’s die wij in Türkiye op de voet volgen — de situatie van vrouwen en kinderen in detentie. Wij presenteerden onze informatie hierover aan de deelnemers met wie wij contact legden, om zowel netwerken op te bouwen als bewustwording te creëren over de ernstige en onwettige praktijken die zich in Türkiye voltrekken.

Tijdens de openingsreceptie, georganiseerd door het Finse voorzitterschap, sprak ik met een jonge Noorse diplomaat die zei: “Ik weet dat sommige politici in Türkiye gevangen zijn gezet, maar verder weet ik er weinig van. Kun je dat uitleggen?”

Dat moment was voor mij zowel bemoedigend als pijnlijk — bemoedigend omdat hij geïnteresseerd was en wilde leren, maar pijnlijk omdat het liet zien dat onze boodschap nog niet overal is doorgedrongen — en dat in Noorwegen nota bene. Natuurlijk kan niet iedereen, zelfs diplomaten niet, van alle mensenrechtenschendingen op de hoogte zijn. Toch kan ik niet anders dan denken dat de onwettige en onmenselijke praktijken die zich al jaren in Türkiye voltrekken, internationaal veel meer aandacht hadden moeten krijgen. Dit besef herinnert mij eraan hoe belangrijk het werk van onze stichting is en dat wij onze
inspanningen moeten voortzetten en versterken.

Of het mensenrechtenvraagstuk in Türkiye tijdens de sessies aan bod kwam? Daarover, en over de overige discussies, zal ik in een volgend artikel schrijven.

Ömer